Schijnwerpers!

De Noord-Veluwe, een mooi stuk Nederland dat het verdient om de schijnwerpers op te zetten. Een regio waar bewoners zich actief inzetten voor het leefbaar houden van hun eigen omgeving. Zij organiseren culturele activiteiten met de kwaliteit van de lokale betrokkenheid. De culturele onderwijsprojecten zorgen voor het tot bloei laten komen van de culturele interesse van leerlingen.

Bekijk meer

Toerisme

vanaf 1863

Twee gebeurtenissen droegen bij tot het ontstaan van toerisme in ons dorp. In de eerste plaats de aanleg van de spoorlijn Amersfoort – Zwolle in 1863 en de opkomst van de industrialisatie na 1870 in ons land. Met name rijke mensen, die het zich konden permitteren, kochten (zomer)huizen in de bossen en in het bijzonder aan de Laak, op de grens met Putten en Ermelo.

Vanaf het begin van de industrialisatie, na 1870, trokken veel mensen van het platteland naar de steden in het westen, om daar werk te vinden. Nederland kende in die periode ook een langdurige agrarische crisis.

De kunstenaars wilden het gewone leven op het platteland, dat dreigde te verdwijnen, vastleggen. Met name de nog haast ongerepte natuur en het eenvoudige landmansleven, bepaald door de seizoenen, wilden ze vereeuwigen, voordat het verdween. In sommige dorpen als Nunspeet en Oosterbeek werden kunstenaarskolonies gesticht. Ook Putten werd door kunstschilders bezocht om het boerenleven vast te leggen op het doek. Toeristen volgden hun voorbeeld. Ook mensen met longziektes, TBC was toen een volksziekte, gingen naar Putten voor de zuivere boslucht met een vleugje zoute zeelucht en de prachtige bossen en het coulisselandschap. Enkele welgestelden lieten een zomerwoning bouwen. Anderen vonden een onderkomen in de vele pensions, die Putten toen telde.

Echte toeristische attracties kende ons dorp niet, of het moest een houten uitzichttoren zijn, gebouwd in 1911 door de Vereniging voor Plaatselijk Belang (later VVV) aan de Postweg, even voorbij het boswachtershuis. Deze bostoren is in 1929 afgebroken wegens vandalisme. (Anno 2008 is er weer een bostoren op het landgoed Schovenhorst gebouwd.) Met de opening van het bosbad “Klein Zwitserland” op 24 mei 1949, krijgt Putten, dankzij het aandringen van de lokale VVV, er een toeristische attractie van de eerste orde bij. In de jaren zestig van de vorige eeuw komen er vele campings in het buitengebied van het dorp, met name in Krachtighuizen. In jaren ’90 van de twintigste eeuw begint men belangstelling te krijgen voor de historie van Putten. In 1999 wordt Museum ‘De Tien Malen‘ ingericht, in 2007 gevolgd door museumboerderij ‘De Mariahoeve‘. Ook is het historische stoomgemaal in ere hersteld en kan bezichtigd worden.

Vele duizenden toeristen bezoeken nu jaarlijks ons dorp, waar nog altijd de natuur de kleur bepaalt.

Bron: https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/putten/toerisme