Schijnwerpers!

Cultuur en erfgoed op de Noord-Veluwe verdient het om in de schijnwerpers te staan. Het Cultuur- en Erfgoedpact maakt zich hier sterk voor!

Bekijk meer

Joods militair tehuis

Te Harderwijk

In de twintigste eeuw groeide Harderwijk uit tot een belangrijke garnizoensstad met drie kazernes en een militair hospitaal. Met name in de winter zochten de soldaten onderdak in de stad. Voor korte tijd was er ook een Joods militair tehuis in Harderwijk.

Gelderse academie

Voor Joden was het lang moeilijk zich in steden te vestigen. Ze werden namelijk vaak actief geweerd. Vanaf 1690 mochten Joden, waarschijnlijk mede door de aanwezigheid van de Gelderse Academie, zich officieel vestigen in Harderwijk. In de rest van Nederland mocht dit pas in 1796, dankzij de gelijkberechtiging. Rond 1860 bereikte in Harderwijk het aantal Joodse inwoners (294) haar hoogtepunt. Niet alle Joden waren toen lid van de Joodse gemeenschap. Het lidmaatschap daarvan kostte namelijk zes gulden. Dit was niet voor iedereen makkelijk op te brengen. In die tijd zijn er een Joodse school, twee verenigingen voor Torastudie en een vrouwengenootschap in Harderwijk gevestigd.

Vestigingsfactoren

Wellicht waren het gunstige vestigingsklimaat en de aanwezige voorzieningen de redenen dat in Harderwijk relatief veel Joodse militaire waren gelegerd. Ook kan de goede verbinding door de lijndienst over het IJsselmeer tussen Amsterdam en Harderwijk een rol hebben gespeeld. De meeste soldaten uit het zevende regiment kwamen uit Amsterdam, waaronder dus een groot aantal Joodse jongens.

Koosjer voedsel

Eind negentiende eeuw ontstond de gewoonte militaire tehuizen in te richten waar de soldaten zich na diensttijd kunnen ontspannen. Door het grote aantal Joodse soldaten was de beschikbaarheid van koosjer voedsel een aandachtspunt. Aanvankelijk werden de Joodse jongens bij de Harderwijker Joden thuis uitgenodigd. Zij kregen hiervoor soms een kleine vergoeding, maar de families draaiden meestal zelf voor de kosten op. Met de toename van het aantal Joodse soldaten groeide dan ook het probleem van het koosjer voedsel voor de soldaten. In 1920 werd mede daarom de Joodse Militaire Bond opgericht, met als doel militaire tehuizen te openen waar militairen koosjer konden eten.

Hoogstraat

Twee jaar later vond het Harderwijkse Joodse Militair tehuis onderdak in het leegstaande schooltje in de Hoogstraat. De verzorging van de soldaten en het eten werd gedaan door mejuffrouw Godschalk, een voormalig verpleegster. Op de vrijdagmiddag stond ze op de stoep om de gasten op te wachten voor de sabbat. Zodra het ging schemeren riep zij een paar jongens om de gaslampen aan te steken. De ruimte was net groot genoeg om te eten, maar totaal niet geschikt als ontspanningszaal. In 1925 waren er ruim honderdtwintig Joodse militairen in Harderwijk gelegerd. Er werd gezocht naar een grotere huisvesting.

Bruggestraat

Het tehuis verhuisde dat jaar naar het veel grotere pand in de Bruggestraat 18. Hier konden de Joodse gebruiken in stand worden gehouden en konden Joodse soldaten uit de omgeving van Harderwijk koosjer eten. Ook logeerden er handelsreizigers die alleen daar een koosjere maaltijd konden krijgen. Vanaf september 1927 werden echter sommige legeronderdelen naar Amersfoort verplaatst. Dit betekende een grote strop voor de militaire tehuizen. In 1927 werd het tehuis daarom alweer gesloten, zoals blijkt uit een bericht in de Harderwijker Courant.

Met speciale dank aan Anton Daniels verbonden aan Stadsmuseum Harderwijk.

Bronnen:

  • J. Stoutenbeek en P. Vigeveno, Gids van Joods erfgoed in Nederland (Amsterdam 2016), 378 – 380.
  • A. Daniels en N. de Bruijne, Joodse Harderwijkers: herinneringen aan de Joodse gemeenschap (Stadsmuseum Harderwijk), hoofdstuk 3.
  • mijnGelderland
  • mijnGelderland

 

Bron: https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/joods-militair-tehuis