Schijnwerpers!

Cultuur en erfgoed op de Noord-Veluwe verdient het om in de schijnwerpers te staan. Het Cultuur- en Erfgoedpact maakt zich hier sterk voor!

Bekijk meer

Het rampzalige jaar

1845

De negentiende eeuw kan de eeuw van de aardappel worden genoemd. De aardappel was zowel het belangrijkste landbouwproduct als het belangrijkste volksvoedsel. In 1818 werd het schoutambt van Hattem afgesplitst en bij de gemeente Oldebroek gevoegd. Door verlies van dit buitengebied was het aantal aardappelproducenten voor meer dan eigen gebruik gering. Veel ambachtslieden en arbeiders teelden aardappels voor eigen gebruik.

1816

Omdat de armoede in de negentiende eeuw voor grote delen van de bevolking steeds op de loer lag, konden tegenslagen bij de aardappeloogst tot daadwerkelijk armoede en een grootschalig beroep op de ‘bedeling’ (armenzorg) leiden. Zo was er in 1816, net voor de afsplitsing van het schoutambt, sprake van grote wateroverlast, met veel schade aan veldgewassen als gevolg. In 1816 moesten daardoor ettelijke zakken aardappelen als bijstand aan getroffen gezinnen worden verstrekt. In het voorjaar van 1817 moest de verstrekking van pootaardappelen voorzien in tekorten voor het nieuwe aardappelteeltseizoen. 

1845

In 1845 ging het helemaal mis. In de zomer van dat jaar mislukte de aardappeloogst in heel Nederland als gevolg van een schimmelziekte. Ook Hattem werd zwaar getroffen. Ongeveer een derde van de bevolking raakte aangewezen op armenzorg.

Overtocht

Gedreven door de grote problemen door het mislukken van de aardappeloogst, stonden in de ochtend van 27 december 1845 vijftien Hattemers aan de Hattemer kant van de IJssel te wachten op de veerboot van het Kleine Veer voor een oversteek. Ze dachten op een landgoed bij Zwolle iets te kunnen verdienen met het rooien van aardakers, een onkruid met eetbare worteldelen. Met het aantal van vijftien personen was de groep te groot voor het veer, dat maximaal slechts vijftien personen (inclusief de veerman) mocht vervoeren. Het was echter koud en de veerman nam allen aan boord.

Ramp op de IJssel

Het eerste deel van de overtocht ging goed, maar toen de veerman aan de overzijde van de IJssel bijdraaide om het haventje in te varen, sloeg de noordwestenwind een plens water in de boot. Daardoor schoof een aantal mannen een eindje op om niet nat te worden. De boot ging daardoor scheef hangen, waardoor de wind er nog meer vat op kreeg en sloeg om. Alle inzittenden raakten te water. Het ijskoude water en de last van de natte winterse kleding belemmerden de drenkelingen om de kant te halen. Allen, veerman en passagiers, verdronken. 

Verder lezen over de ramp op de IJssel: 

Bron: https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/hattem/het-rampzalige-jaar